War on drugs (deel 4 van 4)

Vervolg op War on drugs (deel 3 van 4) door Mr A.G. van der Plas

Modern gebruik van planten met psychoactieve werking

Deze visie van het authentieke commentaar wordt nog steeds volledig onderschreven door de INCB, dat zich hierin naar eigen zeggen weer heeft laten adviseren door de Scientific Section and the Legal Advisory Section van de United Nations International Drug Control Programma (UNDCP). De secretaris van de Board, Herbert Schaepe, schreef op 27 januari 2001 o.a. over de DMT houdende drank Ayahuasca in antwoord op vragen hierover van de Nederlandse Inspecteur voor de Gezondheidszorg:

No plants (natural materials) containing DMT are at present controlled under the 1971 Convention on Psychotropic Substances. Consequently, reparations (e.g. decoctions) made of these plants, including ayahuasca are not under international control and, therefore, not subject to any of the articles of the 1971 Convention.

Zoals hiervoor aangegeven vraagt het bereiden van ayahuasca vele uren van stampen en koken van twee verschillende jungleplanten, waaronder de DMT bevattende Psychotria Viridis. Het betreft een verwerking die vergaand complexer en intensiever is dan het sec drogen van paddestoelen of het vermalen en vermengen ervan met andere etenswaren. Desondanks spreekt de INCB van een aftreksel dat niet onder de verboden van het Verdrag valt vanwege de psychotrope stof die het bevat. Deze stof komt immers van nature voor in één van de planten waarvan de thee is getrokken.

Op verzoek van de advocaat van één van de verdachten in de paddo-zaken heeft de INCB de Nederlandse Inspecteur van de Gezondheidszrog laten weten dezelfde mening te zijn toegedaan voor wat betreft bewerkingen van psychotrope stoffen bevattende paddestoelen.₃

Bij brief van 12 november 2001 schreef dhr Schaepe: As you are aware, mushrooms containing the above substance are collected and abused fort heir hallucinogenic effects. As a matter of international law, no plants (natural material) containing psilocine and psilocybine are at present controlled under the Convention on Psychotropic Substances of 1971. Consequently, preparations made of these plants are not under internation control and, therefor, not subject to any of the articles of the 1971 Convention.

Onnodige onduidelijkheid

De Hoge Raad heeft de toch eenduidige argumenten, welke met name in de ongepubliceerde zaak (d.d 5 november 2002, rolnummer 01060/01) naar voren zijn gebracht, naast zich neergelegd en zijn oordeel gehandhaafd dat de paddenstoel met psychoactieve werking onder de verboden van de Opiumwet valt zodra enigerlei bewerking heeft ondergaan. Zelfs het drogen ervan is hiervoor voldoende. Het moge duidelijk zijn dat dit oordeel van de Hoge Raad een verbodsnorm voor ;drugs’ introduceert die niet allen ver uitgaat boven de eisen van het Psychotrope Stoffen Verdrag, maar daar zelfs haaks op staat. De reden voor deze overdreven repressieve opstelling van onze hoogste nationale rechter laat zich slechts raden, want in de motivering van het arrest komt de Hoge Raad niet verder dan de beproefde toverformule dat een andere opvatting dienaangaande onjuist is.
Van aansluiting bij een internationale norm is zoals betoogd geen sprake. Integendeel. Dat het de Hoge raad of zijn advocaat-generaal in deze uitleg gaat om de bescherming van de moraal, openbare order of de volksgezondheid, ligt ook niet voor de hand. Zij waren op de hoogte van het Risicoschattings-rapport betreffende Paddo’s  van februari 2000 van het CAM,  het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs. Dit rapport concludeert na gedegen onderzoek dat het risico van het gebruik van paddestoelen met psychoactieve werking gering kan worden geacht voor de volksgezondheid en de openbare orde, en voor de individuele gezondheid zelfs nihil. De uitkomst van de risicoschatting geeft geen noodzaak tot een wettelijk verbod op paddo’s, zo luidt de conclusie van het CAM dan ook.
Ondertussen is de opsporingspraktijk opgezadeld met een nieuwe handhavingsprobleem. Wie stroopt de smart-shops af op zoek naar psychoactieve paddestoelen die gedroogd zijn of verwerkt in honing of andere lekkernijen? Voor de smartshop-branche en paddo-consument is er een volstrekt onduidelijke situatie ontstaan. Wanneer wordt het handelen met betrekking tot een psychoactieve paddenstoel een strafbare handeling? Is het plaatsen van een paddenstoel in een kunstmatig gekoelde ruimte als de ijskast ter voorkoming van een natuurlijk drogingsproces nu wel of juist niet een bewerking in de zin van de nationale jurisprudentie? En wanneer gaat een verse paddenstoel die op de toonbank van de smartshop of in de huiskamer wordt bewaard over in een verboden gedroogd product? Valt het luchtdicht verpakken van de paddo ter waarborging van de versheid ervan onder enigerlei bewerking of nu juist niet? En wat doen we bijvoorbeeld met de nootmuskaat die van nature de verboden psychotrope stof MMDA bevat en die te doen gebruikelijk in gedroogde of gemalen voor in het keukenkastje wordt bewaard en dan gestrooid over andere etenswaren wordt geserveerd? De discussie over de zinloosheid van de huidige drugsbestrijding moet zeker een internationaal karakter hebben. Inspanningen ter zake ontslaan ons echter niet van de verplichting om op nationaal niveau aan te vangen met zinvolle alternatieven en het creatief benutten van de ruimte die de internationale verdragen bieden. Hierin kan de nationale rechter, anders dan ons hoogste rechtscollege het op dit moment wil doen voorkomen, wel degelijk een belangrijke initiërende rol spelen.

Het moge duidelijk dat de oordeel van de Hoge Raad een verbodsnorm voor ‘drugs’ introduceert die niet alleen ver boven de eisen van het Psychotrope Stoffen Verdrag, maar daar zelfs haaks op staat.

No comments yet.

Geef een antwoord