Over illegale paddo’s en legale truffels

De paddo is een verzamelnaam voor psilocybine en psilocine-houdende paddenstoelsoorten die door deze stoffen een hallucinogene werking hebben op de mens. Sinds eeuwen wordt de paddo zowel binnen als buiten Europa gebruikt voor spirituele doeleinden. Dit spirituele gebruik is met name gericht op het verwerven van psychologische, filosofische en spirituele inzichten.

Sinds de jaren zeventig heeft de paddo in Europa ook aan populariteit gewonnen als regulier genotsmiddel. Liefhebbers van de paddo gebruiken deze vanwege de visuele effecten en de veranderingen in sfeerbeleving. De effecten zijn vooral positief. Uit een studie van de Amerikaanse onderzoeker dr. Griffiths (2006) is gebleken dat bij het merendeel van de gebruikers (circa 80%) een gevoel van welbevinden en levensvreugde door het gebruik was toegenomen. Daarnaast kwalificeerde ongeveer twee derde van de proefpersonen in het onderzoek van dr. Griffiths het gebruik als één van de top vijf meest betekenisvolle spirituele ervaringen.

In Nederland is sinds het midden van de jaren negentig in opdracht van de minister van VWS door o.a. het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM), diverse malen onderzoek verricht naar de werking en de mogelijke schadelijke effecten van het paddogebruik. Uit deze onderzoeken volgde echter keer op keer dat de paddo bij normale gebruiksdoseringen nauwelijks toxisch is en dat van lichamelijke afhankelijkheid geen sprake is. Evenmin leidt normaal gebruik van de paddo tot lichamelijke schade.

Kortom, de paddo is niet giftig, niet verslavend en niet schadelijk.

Voor de minister van VWS was er daarom jarenlang geen enkele aanleiding om het gebruik van verse paddo’s in Nederland te verbieden. Bovendien oordeelde de Hoge Raad in 2002 dat verse paddo niet onder de reikwijdte van de Nederlandse Opiumwet vielen. Daarmee was definitief duidelijk dat de verse paddo niet alleen een onschuldige en ongevaarlijke drugs, maar bovendien een volstrekt legale drugs was.

Na jaren van relatieve rust rondom het paddobeleid pleegde op 24 maart 2007 een 17-jarige Frans meisje zelfmoord in Amsterdam door van het bekende wetenschapsmuseum Nemo te springen. Deze zeer tragische gebeurtenis zorgde voor grote maatschappelijke onrust en verontwaardiging, met name toen in diverse media een rechtstreeks verband werd gelegd tussen paddogebruik door het meisje en de zelfmoord.

Toen enkele weken later duidelijk werd dat het meisje al lange tijd leed aan schizofrenie en eerder al meerdere zelfmoordpogingen had gedaan en bovendien vrijwel zeker sprake was van polydruggebruik was het kwaad als geschied. In de politieke waan en verontwaardiging van het moment drong een meerderheid in de tweede kamer er bij de minister van VWS op aan om verse paddo’s te verbieden.

Uit de diverse onderzoeken die de minister daarop door het CAM heeft laten verrichten bleek echter opnieuw dat het gebruik van verse paddo’s geen risico oplevert voor de individuele gezondheid van de gebruiker, geen risico vormt voor criminaliteit, geen risico op verstoring van de openbare orde en slechts een gering risico voor de volksgezondheid.

Met het oog op deze conclusies kon de minister de verse paddo’s juridisch niet onder de reikwijdte van de Opiumwet brengen omdat op grond van de Opiumwet alleen stoffen verboden mogen worden die bij gebruik door de mens kunnen leiden tot schade aan de gezondheid en tot schade aan de samenleving. Daarvan was, zo bleek uit de onderzoeken, bij de paddo geen sprake.

Om toch de verse paddo’s onder de reikwijdte van de Opiumwet te kunnen brengen heeft de minister van VWS vervolgens in afwijking van de onderzoeksresultaten van het CAM en in afwijking van het advies van diverse deskundigen, zelfstandig een risicobeoordeling gemaakt waarin hij stelde dat het gebruik van verse paddo’s leidt tot onvoorspelbaar gedrag en dat dit onvoorspelbare gedrag een groot gevaar oplevert voor de individuele gezondheid van de gebruiker en de samenleving. Daarop heeft de minister het gebruik van verse paddo’s per 1 december 2008 toch verboden.

Trufflemagic.com heeft samen met de Nederlandse belangenorganisatie voor de Smartshopsector, de VLOS, via een kort geding en een spoedappel zich tot het uiterste ingespannen om het paddoverbod via de rechter ongedaan te maken omdat zij de handelswijze van de minister onmiskenbaar is strijd achtte met de zorgvuldigheidseisen die de Nederlandse Opiumwet stelt aan het verbieden van stoffen.

De voorzieningenrechter van de rechtbank en de raadsheren van het hof oordeelden echter dat de minister van VWS een zeer ruime beleidsvrijheid toekomt bij de afweging of stoffen wel of niet onder de reikwijdte van de Opiumwet kunnen worden gebracht. De minister heeft volgens de rechtbank en het hof daarbij zelfs zoveel vrijheid dat hij met een summiere motivering volledig kan afwijken van de conclusies en adviezen van de door hem ingeschakelde deskundigen.

Doordat het paddoverbod daardoor in stand bleef werden de bedrijfsactiviteiten van Trufflemagic.com van de ene het andere moment strafbaar en restte het Trufflemagic.com niets anders dan al haar bedrijfsactiviteiten per 1 december 2008 te staken.

Trufflemagic.com kon vervolgens niet anders dan zich neerleggen bij het paddoverbod en is daarop een schadevergoedingsprocedure gestart tegen de Staat der Nederlanden omdat zij het niet rechtvaardig en niet rechtmatig vond dat de schade die zij als gevolg van het paddoverbod heeft geleden en nog dagelijks lijdt op geen enkele wijze door de Staat werd gecompenseerd.

De Staat heeft zich in de schadevergoedingsprocedure van Trufflemagic.com op het standpunt gesteld dat de schade die Trufflemagic.com als gevolg van het paddoverbod heeft geleden onder het normale bedrijfsrisico valt. De landsadvocaat heeft namens de minister van VWS daarnaast betoogd dat Trufflemagic.com haar bedrijfsactiviteiten ook prima had kunnen overschakelen op een met de paddo vergelijkbare drugs, zoals bijvoorbeeld de truffel.

De landsadvocaat doelde hier op de sclerotia van de psilocybe tampanensis, beter bekend als de hallucinogene truffel. Deze truffels hebben weliswaar een volledig vergelijkbare hallucinogene werking als verse paddo’s maar de minister heeft deze truffels niet onder de reikwijdte van het paddoverbod gebracht.

De rechter heeft vervolgens de Staat in het gelijk gesteld en geoordeeld dat niet valt in te zien waarom Trufflemagic.com haar bedrijf niet op een zodanige wijze kon diversifiëren (meerdere producten kon produceren en verkopen) dat zij bij de invoering van het paddoverbod minder kwetsbaar zou zijn geweest. De vordering tot schadevergoeding is onder meer op deze grond afgewezen.

Trufflemagic.com heeft daarop besloten om zich bij het vonnis van de rechtbank neer te leggen en alsnog het advies van de minister van VWS en de rechtbank op te volgen. Trufflemagic.com gaat daarom, ruim tweeënhalf jaar na de inwerkingtreding van het paddoverbod, haar bedrijfsactiviteiten alsnog overschakelen op de legale teelt en verkoop van hallucinogene truffels.

No comments yet.

Geef een antwoord